Een nieuwe taal leren. Waarom zou een mens daaraan
beginnen? Gaat het om het onder de knie krijgen van een nieuwe grammaticale
structuur? Nee, dat is meer een noodzakelijk onderdeel, soms grenzend aan de
wiskundige precisie waarvan ik liever verre blijf.
Gaat het om in goede volgorde aaneen kunnen rijgen van
vreemde woorden? In ieder geval een goede gymnastiekoefening voor de geest.
Gaat het om het ontcijferen van (soms te) snel
uitgesproken nieuwe klanken? Het is stimulerend wanneer ook dat steeds beter
gaat.
Maar waarom ik écht een nieuwe taal wil leren is dit: het
uitbreiden van mijn persoonlijke taalgebied vergroot ook de mogelijkheden voor
persoonlijk contact.
Want de mooiste manier om een nieuwe taal te leren, doe
je samen. Elkaar helpen wegwijs te geraken in jouw taal (en uit ervaring weten
hoe moeilijk dat is) geeft vertrouwen om te zoeken naar zinnen met kop en
staart.
Samen stamelen, hakken en stuntelen schept een band! In
het besef dat áchter de vervoeging van werkwoorden een wereld schuilt. De
wereld van de ander die je, hink stap sprong, steeds beter leert kennen.
Zoals het
verhaal over de oude hond, vol liefde uit een asiel gehaald, die zoveel
verlatingsangst blijkt te hebben dat hij niet alleen gelaten kan worden.
Na maandenlang zoeken naar oplossingen (iedere keer vijf
minuten langer weg, een bandje met vertrouwde stemmen op de achtergrond) rest
alleen nog maar de definitieve en dramatische optie: de bejaarde viervoeter terugbrengen
naar het asiel.
En de hoop op nog een nieuwe kans bij 'oude' mensen met veel
geduld is niet meer dan een onzekere toekomst.
Zo'n verdriet behoeft eigenlijk geen vertaalslag. Samen
huilen om zo'n triest besluit is internationaal.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten