maandag 6 april 2020

Als de rook om je hoofd is verdwenen




‘Wie in Vlaanderen achter het stuur een sigaret

opsteekt terwijl er een kind in de auto zit, riskeert 

een boete die kan oplopen tot maar liefst 1000 euro.’ 

Eén zinnetje tussen droom en waak, klinkend uit de 

wekkerradio boven haar hoofd.


Die mededeling bij het ochtendkrieken zet de rest 

van dag in de mist met optrekkende rook tegelijk.

In het in nevelen gehuld verleden zit daar ineens 

weer... op haar vaste plek in de auto met 

op de stoel vóór haar die opgestoken sigaret. En nog 

een, en nog een. Als waren ze aan elkaar geregen 

als de kraaltjes van een snoepketting.


Dat roken slecht was, was toen vast nog niet 

bekend. Toch?! Maar hoeveel theoretische 

kennis heb je nodig als een kind op de achterbank 

van de Simca 1100 naar adem snakt? Piepend 

naar frisse lucht uit het klapraampje dat maar op

een klein kiertje open kon? 



Hoeveel inzicht heb je nodig bij het aanschouwen 

van het kind, dat misselijk en duizelig naar buiten 

rolt uit de dikke grijze mist in de stalen autokooi op 

de plaats van bestemming?


“Niet zo aanstellen!” Altijd diezelfde woorden vanaf 

de voorstoel. Zonder omkijken.


Het feit dat roken in de auto met kinderen erbij bij 

wet verboden is, voelt als een soort erkenning in

gerechtigheid. Dat roken slecht is, is geen nieuwe

ontdekking. Eindelijk die bijna giftige dampen laten

optrekken wél. De valse mantel der ontkenning kan

het niet meer bedekken... sommige vergeefse hoop

was toen al in rook opgegaan. 



Niet zo aanstellen. Dát is een opsteker waar je de 

rest van het leven mee doorkomt.



donderdag 27 februari 2020

Alles went... behalve de gevangenis











De gevangenis. Daar naar binnengaan is bijna ‘gesneden koek’. Spanning en sensatie zijn na al die jaren wel weg. Mijn pasje wordt nog wel iedere keer even ingenomen en in een oogwenk bekeken.
Mijn paspoort wordt geregistreerd; inmiddels sta ik vast al honderden keren in de PC.
De verwarring over mijn ‘meisjesnaam’ (raar woord voor een vrouw die inmiddels in de categorie ‘middelbare leeftijd’ past) en mijn getrouwde achterkant is ook allang verdwenen.

De route naar boven kan ik desnoods maken met een blinddoek voor.
Spreekkamertje kan ik uittekenen, compleet met alle spreuken en kreten die mensen er hebben achtergelaten op het witte vliesbehang.
Er staat nu wel ineens een nieuwe tafel. Met een blad van dik hout. Zo eentje waarvan je planken zaagt. Skai-lederen (raar woord, want een ingebouwd contrast) stoelen.

Er heerst deze dag een relaxte stemming. Zelfs de bewakers doen vrolijk mee.
“Doe hem de groeten,” grapt de bewaarder die bij het toegangspoortje staat en informeert voor wie ik kom.

De man die ik bezoek is een intelligent type die ‘out of the prison’ kan denken, dus het uur praten vliegt voorbij. Hij is al bezig met zijn toekomst. En ik maak me er eigenlijk geen enkele zorgen over of die succesvol zal zijn. Zijn kwaliteiten (intelligentie, kennis én relativeringsvermogen) zijn een stevige ondergrond voor de doorstart in vrijheid.

Het is druk in de gevangenis, de familiezaal zit vol. Was al te zien aan de gevulde parkeerplaats. Alle tafeltjes zijn bezet en ik loop door een muur van geroezemoes.

Er is een dik uur voorbij als een bewaarder een seintje komt geven.
“Zijn jullie bijna klaar? Willen jullie zo langzamerhand gaan afronden?”
Een vraag, geen opdracht! In de ogen van het personeel zie je de weerspiegeling van het gedrag van de gedetineerde. Dat zit hier wel goed.

Praten we over het delict? Nee, eigenlijk niet veel. We praten over mens-zijn, en dat daarbinnen inderdaad weleens iets in de verkeerde richting kan gaan.
“Ik stuur je wat foto’s van de kunstenaar,” beloof ik bij vertrek. Omdat wij beiden kunst inspirerend vinden (vooral omdat het je ánders leert kijken) komt ook dat onderwerp regelmatig in onze gesprekken voorbij.

Het is net alsof ik wegga bij een vriend die woont op een flat. De trappen af, en de deur naar het voorportaal van buiten gaat bijna nog sneller open dan de gemiddelde liftdeur in een gewone flat.
In het voorbijgaan steek ik mijn hand op naar de medewerkers in de ‘vissenkom’ bij de ingang en loop naar het kluisje voor mijn jas en tas.

En dan staat dat daar… bovenop de rij met kluisjes voor jas en tas… het autostoeltje om een baby’tje veilig in te kunnen vervoeren. Net los geklikt uit de auto.