De gevangenis. Daar naar binnengaan
is bijna ‘gesneden koek’. Spanning en sensatie zijn na al die
jaren wel weg. Mijn pasje wordt nog wel iedere keer even ingenomen en
in een oogwenk bekeken.
Mijn
paspoort wordt geregistreerd; inmiddels sta ik vast al honderden
keren in de PC.
De
verwarring over mijn ‘meisjesnaam’ (raar woord voor een vrouw die
inmiddels in de categorie ‘middelbare leeftijd’ past) en mijn
getrouwde achterkant is ook allang verdwenen.
De
route naar boven kan ik desnoods maken met een blinddoek voor.
Spreekkamertje
kan ik uittekenen, compleet met alle spreuken en kreten die mensen er
hebben achtergelaten op het witte vliesbehang.
Er
staat nu wel ineens een nieuwe tafel. Met een blad van dik hout. Zo
eentje waarvan je planken zaagt. Skai-lederen (raar woord, want een
ingebouwd contrast) stoelen.
Er
heerst deze dag een relaxte stemming. Zelfs de bewakers doen vrolijk
mee.
“Doe
hem de groeten,” grapt de bewaarder die bij het toegangspoortje
staat en informeert voor wie ik kom.
De
man die ik bezoek is een intelligent type die ‘out of the prison’
kan denken, dus het uur praten vliegt voorbij. Hij is al bezig met
zijn toekomst. En ik maak me er eigenlijk geen enkele zorgen over of
die succesvol zal zijn. Zijn kwaliteiten (intelligentie, kennis én
relativeringsvermogen) zijn een stevige ondergrond voor de doorstart
in vrijheid.
Het
is druk in de gevangenis, de familiezaal zit vol. Was al te zien aan
de gevulde parkeerplaats. Alle tafeltjes zijn bezet en ik loop door
een muur van geroezemoes.
Er
is een dik uur voorbij als een bewaarder een seintje komt geven.
“Zijn
jullie bijna klaar? Willen jullie zo langzamerhand gaan afronden?”
Een
vraag, geen opdracht! In de ogen van het personeel zie je de
weerspiegeling van het gedrag van de gedetineerde. Dat zit hier wel
goed.
Praten
we over het delict? Nee, eigenlijk niet veel. We praten over
mens-zijn, en dat daarbinnen inderdaad weleens iets in de verkeerde
richting kan gaan.
“Ik
stuur je wat foto’s van de kunstenaar,” beloof ik bij vertrek.
Omdat wij beiden kunst inspirerend vinden (vooral omdat het je ánders
leert kijken) komt ook dat onderwerp regelmatig in onze gesprekken
voorbij.
Het
is net alsof ik wegga bij een vriend die woont op een flat. De
trappen af, en de deur naar het voorportaal van buiten gaat bijna nog
sneller open dan de gemiddelde liftdeur in een gewone flat.
In
het voorbijgaan steek ik mijn hand op naar de medewerkers in de
‘vissenkom’ bij de ingang en loop naar het kluisje voor mijn jas
en tas.
En
dan staat dat daar… bovenop de rij met kluisjes voor jas en tas…
het autostoeltje om een baby’tje veilig in te kunnen vervoeren. Net
los geklikt uit de auto.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten