Posts tonen met het label asiel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label asiel. Alle posts tonen

dinsdag 10 januari 2017

Mengelmoes











Vergelijken hoeft niet meer, 

'k zou niet weten wat.
Mengen kan nog wel, 
gewoon als één pot nat.  


Zie hier het nieuwe alternatiefje 
met op de pot een vredig briefje.

M'n liefje, m'n liefje, wat wil je nog meer,
een fruitige mix van appel en van peer.
Vergelijken hoeft niet meer.
Vluchten...
ja dat moet helaas soms nog wel
was dat ook maar zo'n fris en fruitig samenspel.





zaterdag 7 januari 2017

Goede koers










Ze was net acht, het tengere meisje met de bijna zwarte ogen dat we ophaalden bij station Haarlem. Op de achterbank in de auto, naast ons dochtertje van vijf, bleef het verdacht stil. Wat onwennig naar elkaar glimlachen, dat kon ook zonder woorden.
“Wie woont hier boven?” waren haar eerste, zodra ze over de drempel stapte van ons rijtjeshuis. Als je met je vader en moeder één kamer deelt in een vluchtelingenopvang, is zo’n doorzonwoning een doolhof.
Veel Duits beheerste ze nog niet, net een paar maanden daarvoor uit Boekarest naar Berlijn gekomen. De ideale gelegenheid om ons middelbareschoolduits een beetje af te stoffen, maar niet voor lang. Binnen een week schakelde ze al ogenschijnlijk moeiteloos over op het Nederlands In een geheel eigen staccato aan woordjes, die een jaar later bleken veranderd in een spraakwaterval. Toen leerden wij van haar.
Het was haar suggestie, bij de tweede terugkeer naar huis na de zomervakantie in Nederland, dat wij in de herfstvakantie naar Berlijn zouden komen. Ver? “Ach nein, ich komme doch auch bei dir!”
Toen we een paar maanden later met een tas vol pindakaas en andere Hollandse souvenirs op bezoek zouden gaan in hun échte eigen huis, had ik – stom stom – mijn agenda thuis laten liggen, en wist ik me alleen nog de straat maar niet het nummer te herinneren. Eindeloze huizenblokken, kijken bij alle bellen naar al die soms onuitspreekbare buitenlandse namen. Oh, waarom kwam het nummer, dat ik zo vaak op brieven naar haar schreef, nou niet spontaan bovendrijven?
Dankzij een vriendin in Nederland die – ver vóór het mobieletelefoontijdperk – met veel overtuigingskracht het adres achterhaalde bij de toenmalige coördinator Noord-Holland - vonden we de volgende dag haar portiek. Zij zat boven voor het raam, in tranen toen ze zag dat we toch nog kwamen. Had ze de moed al verloren?  

Ze kwam een derde keer naar Nederland, en daarna was ze ‘te groot’. Brieven vertelden het verhaal van haar verdere leven, van anorexia en de kaasstengels die ik maar bleef sturen omdat ze die zo lekker vond. Maar haar honger naar ergens thuis horen was daarmee niet te stillen. In Roemenië (waar ze met haar ouders eens naar terugging) bleek ze een Duitse, in Duitsland was ze een Oost-Europese.

Een paar jaar terug zagen we haar weer. Nog steeds klein van stuk, maar wél mooi de leidinggevende van een compleet team op een Starbuckslocatie. Met ferme tred instrueerde ze de collega’s voordat ze met ons vertrok. In haar autootje scheurde ze ons door het centrum van Neurenberg. Niet al te voorzichtig, volgens mijn echtgenoot op de voorbank, maar wel naar haar favoriete sushibar waar ze in razende vaart de lopende band leegde op onze eettafel. In datzelfde tempo taxiede ze ons terug naar ons slaapadres. Dat die tocht eerst via vier, vijf andere hotels ging, omdat ze het niet precies kon vinden, doet daar niks aan af.


En nu, een paar weken terug, kreeg ik een whatsapp met een wel heel bijzondere foto. Een zwart-witfotootje dat ik eens goed moest bekijken. Een echo! Nog een paar maanden, dat is ze moeder. Het waren soms woelige baren, maar dit is toch wel een mooie koers. Dat vraagt om een vleugje Holland.