Haar fluisterstem overstemt nauwelijks het monotone
geraas van de trein tussen Amsterdam-Sloterdijk en Heemstede-Aerdenhout. Het
licht verkreukelde briefje dat ze op het tafeltje laat dwarrelen, leidt me niet af.
Ik laat nét zo lekker, een
beetje in trance, de bebouwing van Haarlem aan me voorbij glijden.
Maar nieuwsgierigheid overwint.
Pakken doe ik het vodje niet,
vooral omdat niemand dat lijkt te doen.
Lafaard.
Ook van afstand kan ik ze zien; de zinnetjes over arm,
honger en twee kinderen.
Negeren is het makkelijkste, denkt mijn hoofd, maar mijn hand
graait al in mijn tas.
Als die de portemonnee eenmaal gevonden heeft, kan mijn
hart niet meer terug.
Een euro? Dat is nog tot daar aan toe, maar wat doe je nou
met één euro?
“Thank you sooo much,” klinkt haar fluisterstem op volle
kracht als haar hand mijn biljetje heeft aangepakt. In ruil schuift ze een
pakje papieren zakdoekjes in de mijne.
Als we kennelijk op hetzelfde station zijn uitgestapt,
komen we elkaar weer op het spoor. Buiten. Ze glimlacht, want ik ben nu een bekende.
Nu pas valt me op hoeveel gaten er zitten in haar gepilde
groene vest. Ze gaat iets eten kopen, honger, gebaart ze met haar hand over
haar maag. Roemenië, Sunita, beantwoordt ze de vragen waar ze vandaan komt en hoe ze heet.
Ik ken de verhalen: Roma’s, zetbazen, criminele bendes, die moet je niet
sponsoren.
Maar ik ben een softie.Heb ik even mazzel met die zakdoeken.
Want het is toch om te huilen,
overleven door tissues ruilen.
Normaal heb ik niet van die luxe ;-)

